“En als je een elastiekje helemaal oprekt tot je niet verder kunt…”

elastiek… dan schiet die weg”, zegt hij met overtuiging. Hij zit op het puntje van zijn stoel. Waar heb ik het over met mijn leerling die ik begeleid? Over spanning. Mijn leerling is een beelddenker. Wat dan goed werkt om dingen binnen te laten komen zijn metaforen. Bij mijn uitleg over spanning gebruik ik als metafoor een elastiekje.

Ik vertel hem dat je bij situaties met (ont)spanning in drie zones kan bevinden. Ik teken een rondje en schrijf daarbinnen ‘comfortzone’. Dit is de ruimte waarin je je rubber-2476_640ontspannen, veilig en vertrouwd voelt. Het voelt veilig want het is de zone waarin je dingen doet die je gewend bent. Een elastiekje ligt er dan ontspannen bij, misschien wat opgekruld. Relaxed en rustig zijn de woorden die bij mijn leerling naar boven komen.

Als je iets nieuws gaat doen, kan het een beetje spannend zijn. Ik voel dat bij mijzelf in mijn buik, die is dan een beetje onrustig. Het bruist en borrelt daar dan een beetje. Ik noem het gezonde spanning. Het kan prettig voelen en soms onprettig. Onprettig als ik nog niet weet waar het naar toe gaat. Een beetje onzekerheid is ook logisch bij iets nieuws leren als bijvoorbeeld autorijden. De eerste keer achter het stuur vond ik spannend, maar ik had ook veel zin. Je beweegt je dan iets buiten je comfortzone. Je bent jezelf een beetje aan het oprekken zoals je een elastiekje een beetje kunt oprekken. Het elastiekje heeft een bepaalde ruimte waarbinnen je het zonder problemen kunt oprekken. Deze ruimte is de ‘stretchzone’. Ik teken een groter rondje om de comfortzone. Iets nieuws leren doe je binnen deze zone. Het is spannend en je kunt gedachten hebben als ‘kan ik dit wel?’. Ondanks die gedachten kun je prima nadenken. Als het te spannend wordt, kun je dit nog rustig aangeven. Je hebt dan de keuze om terug te gaan naar de comfortzone. Mijn leerling had het over oplettend, energiek en toch ook onzeker. Prachtig.
Als de spanning te veel toeneemt wordt het niet fijn. Te veel prikkels die zorgen voor overspanning. Want wat gebeurt er met het elastiekje als de spanning te groot wordt? Het schiet weg, staat op knappen of knapt zelfs. De spanning is te groot geworden. Die spanning kan je verlammen, boos maken of zorgen dat je stress-stretch-comfortweg vlucht. Ik teken een nog groter rondje om de stretchzone en schrijf hierin ‘stresszone’.
Aan de overkant van de tafel
wordt hard geknikt. Hij kan het zich helemaal eigen maken. Hij balt zijn vuisten en geeft aan dat hij de spanning voelt in zijn lichaam.

In de stresszone belemmert je stress om nieuwe dingen te leren. Dat gebeurt wel in de stretchzone. Je ontwikkeling en groei vindt daar plaats. En iedere stap in de stretchzone vergroot je comfortzone. Als je iets doet wat je nooit eerder deed voelt het onwennig, soms eng. Maak je stappen daarom niet te groot, stapje voor stapje vooruit kom je ook vooruit. Zo voorkom je dat je met een te grote stap in de stresszone komt.

Natuurlijk heb je in de stretchzone ook de gevaren van fouten maken en falen. Als je dit ziet als iets dat er gewoon bij hoort dan kan je je uitleven en groeien. Zoals mijn leerling zo mooi zei: ‘een foutje moet kunnen.’

Wanneer bevind jij je in elk van de drie zones?