Wat is dyscalculie?
Mensen met dyscalculie hebben problemen met rekenen. Het voorvoegsel ‘dys’ komt uit het Grieks en betekent ‘slecht’. ‘Calculie’ komt van het Latijnse ‘calculare’ en betekent ‘rekenen’.
De problemen op rekengebied gaan vaak samen met symptomen van dyslexie en/of AD(H)D. Iemand met dyscalculie kan fouten maken bij de meest eenvoudige sommen. Zo kunnen er problemen zijn met het automatiseren van tafels en delen. Of de rekensymbolen (zoals +, – en =) ‘zien’ ze verkeerd of halen ze door elkaar, net als dyslecten dat doen bij letters.
Kinderen en volwassenen met dyscalculie hebben soms ook moeite met een
of meer van de volgende vaardigheden:
- Verschil kennen tussen links en rechts

- Aanwijzingen of instructies opvolgen, kaartlezen
- Klokkijken
- Op tijd komen
- Notenschrift lezen (muziek)
- Ordenen, dingen in de juiste volgorde plaatsen
Dyscalculie en het onderwijs
Veel onderwijsmethoden om rekenen te leren, zijn gebaseerd op taal (redactiesommen) en stap-voor-stapmethoden. Dat past niet goed bij kinderen die in beelden denken. Leraren laten je bovendien graag uitleggen hoe je aan een antwoord komt. Mensen met dyscalculie weten vaak heel snel de uitkomst van een som, maar kunnen niet uitleggen hoe ze aan hun antwoord komen. Zodra ze uit moeten gaan leggen hoe ze aan het antwoord gekomen zijn, raken ze in de war, gaan fouten maken en ontwikkelen zo hun leerprobleem.
De Davis®-methode en dyscalculie
Tijdens de counseling wordt niet meteen met sommen geoefend. Eerst wordt bekeken waar het probleem met getallen en ordening vandaan komt. Daarna worden de fundamentele concepten uitgewerkt: verandering, voor en na, begrippen van tijd, volgorde, orde en wanorde. Die gaan namelijk aan het rekenen vooraf. Pas als die concepten in het denk- en leersysteem zijn verankerd, komen de grondbeginselen van het rekenen aan de orde. De laatste stap is rekenen op papier. Daarna kan een kind in de klas meedoen met rekenen volgens de gangbare onderwijsmethode.

